Wijkaanpak: van kwetsbaar naar weerbaar

De komende periode gaan steeds meer gemeenten, met steun van de Rijksoverheid, aan de slag met een wijkaanpak. Hoe gaan we er voor zorgen dat deze aanpak werkt en uitdagingen in wijken verminderen, terwijl de kansen vaker gerealiseerd worden? Daarvoor neem ik u in een serie blogs mee naar het waarom van de wijkaanpak, de brug tussen de overheidsaanpak naar de wijkrealiteit, welke factoren bepalend zijn voor succes en welke implicaties dat heeft voor een succesvolle wijkaanpak. Tussendoor haal ik enkele voorbeelden aan waarvan ook ik door schade en schande soms heb geleerd wat wel en niet werkt.

Waarom een wijkaanpak?

Vanaf de naoorlogse wederopbouwperiode investeert de Nederlandse overheid in bepaalde wijken om verloedering en achterstand tegen te gaan. De zogeheten Stadsvernieuwing richtte zich op leeglopende en verkrottende binnensteden. Vanaf de jaren 90 was er met het geld voor het Grote stedenbeleid niet alleen aandacht voor fysieke verloedering maar ook sociale en economische ondersteuning in wijken. Hier bovenop kwam vanaf 2007 het Krachtwijkenbeleid – ook wel de Vogelaarwijken genoemd – die deze meer integrale aanpak intensiveerde. 

Uit een analyse van de laatste Leefbarometer 2018 blijkt dat terwijl aangename buurten verbeteren, de kwetsbare wijken dit in mindere mate doen en juist verslechteren (Leidelmeijer, Middeldorp & Marlet (2019)). Een aantal factoren kunnen worden aangewezen voor deze ongunstige ontwikkeling voor de wijken waar de leefbaarheid reeds onvoldoende is. De financiële crisis (vanwege de bankencrisis uit 2008, in Nederland van ca. 2011-2013) en stelselwijzigingen in het sociaal domein creëerde forse uitdagingen voor de ondersteuning van wijken met een fysieke, sociale en economische achterstand. In 2012 werd een einde gemaakt aan het Krachtwijkenbeleid. In 2015 stopte het Investeringsbudget voor Grote Steden en werden woningcorporaties aan banden gelegd voor de investering in andere zaken dan huizen – dit vanwege de financiële mismanagement van diverse woningcorporaties in de jaren ervoor. Hier bovenop zorgde de decentralisatie van – gepaard met bezuinigingen op –  voorzieningen voor werk en zorg voor kwetsbare doelgroepen voor een toename van druk op kwetsbare huishoudens. Tot slot werd de zorg voor psychische patiënten en ouderen afgebouwd vanaf 2013. Ouderen en psychisch zwakkeren moesten meer onderdeel blijven van de samenleving door thuis te wonen en te leunen op een netwerk aan mantelzorg en professionele externe hulpverleners. Voor een uitgebreidere beschrijving, zie bijvoorbeeld Uyterlind, Van der Velde en Bouwman, 2020.

Naar aanleiding van de gesignaleerde problemen besloot het toenmalig kabinet Rutte III om een nieuwe wijkaanpak op te zetten. De inhoud ervan volgt de beschrijving van de hierboven genoemde tekortkomingen: fysieke leefomgeving, sociaal-economisch perspectief en veiligheid en leefbaarheid (Minister voor VRO, 14 februari 2022).

De wijkaanpak (na een kabinetswissel sprak men van Vogelaarwijken) was een intensief zoekproces, met name om de sociale pijler vorm te geven. Voorbeelden uit de Amsterdamse Diamantbuurt en het Utrechtse Zuylen lieten zien dat een klein aantal raddraaiers een wijk op zijn kop kon zetten. Dit was een gevolg van onder andere het terugtrekken uit de wijken van voorzieningen en de rationele op cijfers gebaseerde inzet van politie en gemeentelijke diensten. Toen de cijfers stegen, was het probleem al jarenlang aan het groeien. De gemeenten bekwaamden zich in deze tijd meer in de groepsaanpak voor jongeren en de persoonsgerichte aanpak om draaideurcriminelen minder invloed te geven op de mensen om hen heen. (Voor een niet geheel objectieve terugblik zie Som, 2013) Na een paar jaar proberen met de vorige wijkaanpak, constateren meerdere deskundigen dat het niets gaat worden: “Die prachtwijken komen er niet” (Peeters: 2010). Wilt u weten wat er structureel mis gaat in de wijkaanpak?
Lees dan de volgende blog.


Auteur

Lucien Stöpler

(BMC)

Lucien Stöpler ontwikkelde als ambtenaar en als externe de afgelopen 7 jaar een wijkaanpak in samenwerking met honderden verschillende bewoners en alle groottes en soorten wijken. De werkwijze Collectieve weerbaarheid die hierbij centraal in staat is stevig gestoeld in zowel wetenschap als de praktijk en zorgt nog dagelijks voor meer vertrouwde en aangename buurten, zonder daarbij een groter beroep te doen op gemeente of politie. Lucien is gefascineerd door de capaciteit van personen om samen te werken aan gemeenschappelijke doelen en de kracht die deze samenwerking uitoefent op hun gedeelde omgeving.

In 2020 ontving hij van het ministerie van Binnenlandse Zaken de opdracht om zijn ervaringen te beschrijven en toetsen in het veld, wat resulteerde in een publicatie met resultaten en impactanalyses. In 2021 werd deze aanpak onderdeel van het onderdeel burgerparticipatie en eigen kracht van de wijkaanpak.

Sinds 2022 werkt Lucien voor BMC adviseurs en laat hij dagelijks gemeenten kennismaken met de participatieve vorm van beleidmaken en –realiseren.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.